mirt

Ga naar hoofdmenu / zoekveld.

Home > gebieden > randstad_en_west_overig > 3.2 Landsdeel West

3.2 Landsdeel West

3.2.1 Karakteristieken

3.2.2 Noordelijke Randstad

De Noordelijke Randstad omvat de grote steden Amsterdam en Utrecht, enkele middelgrote steden, de grootste groeigemeente van Nederland (Almere), de nationale luchthaven, belangrijke kennisinstituten en centra voor zakelijke dienstverlening.

De Noordelijke Randstad rond Amsterdam is momenteel een polycentrische stedelijke regio, of netwerkstad. Een sterke concurrentiepositie schept goede mogelijkheden voor welvaart, kwaliteit van leven en een duurzame en leefbare stedelijke regio. De markt waarin de internationale concurrentie plaatsvindt richt zich, naast de industrie en dienstverlening, vooral op de kenniseconomie in de brede zin van het woord. Ruimtelijke condities als werkmilieus, recreatieve voorzieningen, woonmilieus, kwaliteit van het landschap en het mobiliteitsnetwerk worden daarbij als onderscheidende vestigingscondities steeds belangrijker. Het samensmeden van het stelsel van onderscheiden steden, centra, wonen werkmilieus en landschappen tot een volwaardige Europese metropool vormt daarom de rode draad voor de verdere ontwikkeling van dit gebied. Voor dit deel van de Randstad hebben de decentrale overheden een Ontwikkelingsbeeld Noordvleugel 2040 opgesteld en duiden dit gebied nu aan met Metropoolregio Amsterdam. De kern van de ontwikkelingen ligt in de corridor Haarlemmermeer - Amsterdam - Flevoland.

De Noordelijke Randstad rond Utrecht heeft een hoog bruto regionaal product en is één van de snelste groeiers van Nederland. Ook hier floreren de kennisintensieve en creatieve sectoren. Er is een hoogopgeleide bevolking, de grootste universiteit van Nederland en er zijn veel onderzoeksinstellingen. Ook de hoogwaardige woonmilieus en de fraaie landschappen dragen bij aan de internationale concurrentiepositie. De centrale ligging maakt de regio tot Draaischijf van Nederland en daarmee bepalend voor de bereikbaarheid van de hele Randstad. Er is in de regio Utrecht tot zeker na 2030 een relatief grote druk op de woningmarkt, omdat de afname van de groei van het aantal huishoudens in de regio veel later wordt voorzien dan in de rest van Nederland. De centrale uitdaging is hoe met deze verstedelijkingsdruk om te gaan in relatie tot de kwaliteit van het landschap.

Economie
De economische structuur beschikt over verschillende troeven. Kernopgave is het vasthouden en zo mogelijk versterken van de internationale concurrentiepositie van de noordelijke Randstad als centrum voor zakelijke dienstverlening en hoogwaardige logistieke activiteiten. De aantrekkelijkheid voor internationaal opererende bedrijven hangt onder andere af van de mate waarin ze toegang kunnen krijgen tot internationale (transport)netwerken en van de mate waarin deze bedrijven gebruik kunnen maken van agglomeratievoordelen. Metropoolregio Amsterdam ontwikkelt zich verder als centrum voor kennis en innovatie en de Zuidas moet uitgroeien tot een toplocatie voor internationaal opererende bedrijven. Door het ondergronds brengen van de infrastructuur kan hier een kwalitatief hoogwaardige omgeving ontstaan voor wonen en werken. De Zuidas wordt als Publiek Private Samenwerking (PPS) ontwikkeld. Schiphol biedt een hoge kwaliteit aan internationale verbindingen, maar loopt op de lange termijn tegen de capaciteitsgrenzen aan. Onderzocht wordt welke ontwikkelingsmogelijkheden er voor de lange termijn. Een eventuele overloop van vliegverkeer van Schiphol naar luchthaven Lelystad speelt een rol bij de afweging. De agrobedrijven in de Greenports Aalsmeer (en omgeving) en de Duin- en Bollenstreek behouden en versterken hun positie op de wereldmarkt. Waar glastuinbouwbedrijven onvoldoende ruimte hebben om zich verder te ontwikkelen biedt het Landbouwontwikkelingsgebied voor de glastuinbouw (LOG) Grootslag vestigingsmogelijkheden voor bedrijven. Ook het aanpakken van ruimtelijke knelpunten via herstructurering van verouderde en ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen is van belang. Voorbeelden zijn Amsterdam Connecting Trade (voorheen Werkstad A4), Noordzeekanaalgebied en de zone langs de A6/A27 (Almere). Ook het Utrecht-gebied doet het economisch zeer goed. Wat betreft de economische ontwikkeling wordt ervoor gekozen om de schaarse ruimte vooral in te zetten voor het faciliteren en het versterken van de vier clusters die kenmerkend zijn voor de regio, namelijk de Zakelijke diensten, de Creatieve industrie en nieuwe media, Onderwijs en ontmoeting, Life Sciences en medisch cluster. Utrecht kent acht economische kerngebieden: Utrecht centrum; Leidsche Rijn centrum; Amersfoort Centrum; Utrecht de Uithof/ Rijnsweerd; Hilversum Mediapark en centrum; Multimodaal bedrijvenpark en -knooppunt Lage Weide; Amersfoort Noord (A1-zone); Utrecht rondom Oudenrijn (inclusief Papendorp). Utrecht wil deze gebieden stimuleren omdat zij door concentratie beter in staat is aan bedrijven en instellingen het gezochte, internationale vestigingsklimaat te bieden. Daarbij zet Utrecht in op een hoogwaardige openbare ruimte, een hoogwaardige woonomgeving en de nabijheid van stedelijke centra. De kerngebieden moeten daarnaast over een snelle (OV)verbinding beschikken met Amsterdam, Schiphol en andere delen van de Randstad. Ten slotte is het wenselijk dat de kerngebieden ook op regionale schaal goed ontsloten zijn, onder meer omdat de werknemers hun werkplek goed en snel moeten kunnen bereiken.

Verstedelijking
Een goed woon- en leefklimaat is een belangrijke voorwaarde voor een internationaal concurrerend vestigingsmilieu. Door tekorten op de woningmarkt staat de positie van de Noordelijke Randstad onder druk. In de woningbouwopgave speelt de vraag naar hoogstedelijke en groene woonmilieus een hoofdrol. Voor de periode 2010-2030 wordt uitgegaan van een behoefte van in totaal 150.000 woningen in de regio Amsterdam (inclusief Haarlem, Almere, Zaandam) en 65.500 woningen in de regio Utrecht (inclusief Hilversum). Verdichtingsmogelijkheden in het bestaand bebouwd gebied moeten zo optimaal mogelijk worden benut door herstructurering, revitalisering en transformatie van verouderde stedelijke gebieden. Met name in Amsterdam ligt er een grote binnenstedelijke opgave, maar er zijn ook uitleglocaties nodig. De grootste inspanning ligt in Almere. De ambitie is om Almere een schaalsprong te laten maken naar een complete en evenwichtige stad van ca. 350.000 inwoners. Concreet betekent dit de realisatie van 60.000 woningen tussen 2010 en 2030, waarvan circa 15.000 voor de Utrechtse bouwopgave. Dit kan alleen slagen in combinatie met versterking van de economische structuur, de groen/blauwe kwaliteiten en verbetering van de meerzijdige bereikbaarheid, zowel naar de Amsterdamse als naar de Utrechtse regio. Een andere grote locatie voor nieuwe woningbouw is de Haarlemmermeer met 10.000 - 15.000 woningen in combinatie met piek- en seizoenswaterberging, recreatieve groenontwikkeling en versterking van het Groene Hart. De vraag hoe om te gaan met de verstedelijkingsdruk in relatie tot de kwaliteit van het landschap was in de Utrechtse regio aanleiding om een visie op duurzaam bouwen in de Noordvleugel - Utrecht 2015 tot 2030 te ontwikkelen. Uit de tussenbalans blijkt, dat van de 65.500 nieuwe woningen die nodig zijn, een flink deel gebouwd kan worden in bestaand stedelijk gebied. Met name het stadsgewest Utrecht zet fors in op binnenstedelijk bouwen; daarnaast wil ook Gooi en Vecht en Eemland inzetten op bouwen in bestaand stedelijk gebied. De belangrijkste plannen voor ‘nieuwe’ gebieden liggen in de Kromme Rijn Lekzone en in Eemland (inclusief Vathorst West). De (bestaande) mogelijkheden om nieuwe woningbouwlocaties te ontsluiten (onder andere via HOV en Randstadspoor) en het behouden van de kwaliteit van de open ruimte, zijn hierbij belangrijke criteria geweest. Het rijk en de regio zullen de randvoorwaarden die nodig zijn om bouw in bovengenoemde locaties te realiseren, verder verkennen. Hierbij is het verhogen van de binnenstedelijke ruimtelijke kwaliteit, onder andere door het verbeteren van de bereikbaarheid, een belangrijk aspect. Ook zal in verband met het feit dat Almere 15.000 woningen gaat bouwen om de Utrechtse druk op de woningmarkt te verlichten, de ontsluiting van dit gebied integraal worden bekeken.

Groen/blauw
De noordelijke Randstad herbergt een diversiteit aan landschappen. In het lage en natte westelijke deel treft men een open structuur aan met de kustzone, polderlandschappen, water, rivieren en veenweidegebieden. De Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam dragen hier vanuit een cultuurhistorisch perspectief aan bij. Centraal in de Randstad ligt het Groene Hart, waar de rivierlandschappen met hoger gelegen stroomruggen en buitenplaatsen langs de Lek, de Oude Rijn en de Vecht het open veenweidelandschap doorsnijden. Herstructurering van de westelijke veenweidegebieden in het Groene Hart en laag Holland is gericht op het tegengaan van de bodemdaling en het realiseren van een robuust en stabiel watersysteem in combinatie met duurzaam landgebruik. Ook voor de droogmakerij Groot Mijdrecht Noord wordt onderzocht hoe de bodemdaling en waterproblematiek kan worden aangepakt. In het Utrechtse Noorderpark komen de verschillende elementen samen: veenweide en plassen in combinatie met kleinschalige parklandschappen en droge natuur. Het lage en natte westelijke deel van de regio contrasteert met de rijk beboste stuwwallen van de Utrechtse Heuvelrug en het Gooi. Grote delen van de Heuvelrug zijn aangewezen als natuurgebied en onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en van groot belang voor de recreatie. Aan de oostzijde van de noordelijke Randstad gaat de Heuvelrug geleidelijk over in de Gelderse Vallei met beekdalen, dekzandruggen en -vlakten. De Grebbelinie doorsnijdt dit landschap en vormt de verbinding met het open polderlandschap van de Eemvallei. Door economische ontwikkeling en oprukkende verstedelijking staat de openheid in het westelijke deel in toenemende mate onder druk. In combinatie met verzilting, een onvoldoende robuuste waterberging en ecologische achteruitgang ligt hier een belangrijke opgave voor groen/blauwe kwaliteit binnen het ILG.

Op de corridor Schiphol - Almere liggen de belangrijkste groen/blauwe opgaven, zoals het IJmeer/Markermeer, de Groene Ruggengraat (ILG) en het Oostvaarderswold. Voor het IJmeer/Markermeer is de ambitie om een groen/blauwe schaalsprong te realiseren die leidt tot een robuust ecologisch en klimaatbestendig systeem. Een ander voorbeeld van een integrale opgave is de gebiedsontwikkeling in de Haarlemmermeer, waarbij door aanleg van een robuuste seizoensberging in combinatie met innovatieve woningbouw de waterhuishouding op een duurzame wijze kan worden beheerd. Met het aanleggen van Oostvaarderswold, onderdeel Meerjarenplan Ontsnippering (MJPO), komt er na 2015 een ecologische verbindingszone tot stand tussen de Oostvaardersplassen en de Veluwe en Duitsland. Op het vlak van de natuur loopt door de hele Randstad de Groene Ruggengraat, als ecologische verbinding. Deze verbinding biedt tevens mogelijkheden voor verbetering van het landschap en recreatie. In Noord-Holland Noord ontwikkelt de provincie het Wieringerrandmeer als groen/blauwe opgave en recreatiegebied. De groen/blauwe structuur van de Noordvleugel - Utrecht wordt gekenmerkt door een rijke variatie aan nationale landschappen, die waardevolle (overgangs)gebieden vormen, maar ook, door hun status, beperkingen stellen aan bebouwingsdichtheid en inrichting van de regio.

Bereikbaarheid
Een goed functionerend vervoerssysteem voor personen en goederen is een essentiële voorwaarde voor het economisch functioneren en de ontplooiing van mensen. Dit geldt zowel voor de interne als de externe bereikbaarheid, zowel per auto als per OV. Het verkeer- en vervoersysteem heeft de mobiliteitsontwikkeling de laatste jaren niet kunnen bijhouden. Een combinatie van beter benutten, investeren en beprijzen moet de betrouwbaarheid, snelheid en veiligheid van de verplaatsingen vergroten. Onderdeel van deze aanpak is het verbeteren van de onderlinge samenhang tussen de netwerken en door een betere ketenintegratie, voor zowel personen als goederen.

Door een concentratie van verstedelijking en economische ontwikkeling op de corridor Haarlemmermeer - Amsterdam - Flevoland ligt hier ook de belangrijkste opgave. Voor de corridor Schiphol - Amsterdam - Almere is besloten de bestaande wegcapaciteit uit te breiden en gelijktijdig kansen te benutten voor de verbetering van de leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit. Hier liggen ook de grootste kansen voor het OV. In het kader van de planstudie OV Schiphol - Amsterdam - Almere - Lelystad wordt op korte termijn geïnvesteerd in het spoor en wordt onderzocht wat op lange termijn nodig is om het OV op deze corridor structureel verder te verbeteren. Hier ligt een relatie met de Schaalsprong Almere en de ontwikkeling van Schiphol en luchthaven Lelystad. Daarnaast liggen er belangrijke bereikbaarheidsvraagstukken naar onder andere de overige economische kerngebieden in Nederland. Uitbreiding van de A2 Amsterdam - Utrecht is in uitvoering/studie en naar de A4 Schiphol, de interne verkeersader van de Randstad wordt nader verkennend onderzoek verricht.

Op het gebied van vaarwegen gaat het om het benutten van de aanwezige capaciteit. In een verkenning wordt de capaciteit van de zeetoegang IJmond in samenhang met de economische potentie van het Noordzeekanaalgebied onderzocht. De provincie onderzoekt de mogelijkheden om de bevaarbaarheid van De Zaan te verbeteren. In combinatie met de ontwikkeling van het Noordzeekanaalgebied kan dit tot een versterking van de economische bedrijvigheid leiden. Een en ander wordt mogelijk als PPS uitgewerkt. Naast de rijksprojecten worden door de decentrale overheden ook een aantal grote regionale projecten gerealiseerd die bijdragen aan de bereikbaarheid. Voorbeelden zijn de N201, Noord - Zuidlijn Amsterdam, N23 Alkmaar - Zwolle en stedelijke bereikbaarheid Almere. De belangrijkste opgave voor Utrecht is om als de Draaischijf van Nederland en daarmee het schakelpunt van de Randstad, met het achterland te blijven functioneren. De voorziene investeringen tot 2020 door rijk en regio kunnen echter niet voorkomen, dat grote delen van het Utrechtse wegennet in 2020 niet zullen voldoen aan de bereikbaarheidsnormen uit de Nota Mobiliteit. De meest urgente knelpunten op het hoofdwegennet bevinden zich op de Ring Utrecht. Daarnaast worden knelpunten verwacht op de A1, A27 en A28. Uit analyses blijkt dat de oplossing alleen gevonden kan worden in de combinatie van maatregelen op het gebied van weginfrastructuur (hoofdwegen én onderliggend wegennet), vervoersmanagement, OV, goederenvervoer, ruimtelijke ordening en prijsbeleid. In de zogenaamde pakketstudies Ring en Driehoek worden dit soort integrale en gebiedsgerichte maatregelpakketten opgesteld. Tevens is een integraal beoordelingskader ontwikkeld dat handvatten geeft bij het bepalen van de knelpunten, het toetsen van oplossingsrichtingen en het vormen van een gezamenlijk oordeel over nut en noodzaak van specifieke projecten. Uit de aanvullende verkenningen blijkt dat, ongeacht de nog te formuleren integrale gebiedsgerichte maatregelenpakketten, er enkele maatregelen zijn te onderscheiden die in ieder geval nodig zijn. Deze zijn vanaf 2008 als ‘no-regrets’ in uitvoering genomen. Het betreft onder andere het oprichten van mobiliteitsplatforms, het stimuleren van OVFiets beleid, een programma voor P&R voorzieningen en Regionaal Verkeersmanagement op netwerkniveau. Tevens is besloten een aanvang te nemen met de planstudie A27/A1 Utrecht - Hilversum - Amersfoort als onderdeel van de pakketstudie.

Zoals afgesproken in het bestuurlijk overleg MIRT voorjaar 2008 wordt door rijk in samenwerking met de regio een pré-verkening uitgevoerd naar de mogelijke bereikbaarheidsproblematiek in het gebied Almere - ’t Gooi - Utrecht en naar mogelijke oplossingsrichtingen. Daarbij zal de bereikbaarheidsproblematiek breed worden bezien (HWN, OWN, spoor en regionaal OV) in relatie tot relevante ruimtelijke ontwikkelingen en met nadruk op de Schaalsprong Almere 2030. Het doel is om meer inzicht te krijgen in de problematiek. In het kader van PHS wordt de corridor Utrecht - Den Bosch bezien. Daarnaast vinden er ontwikkelingen plaats met betrekking tot het NSP-project Utrecht en de spoorverbinding Vleuten - Geldermalsen (inclusief Randstadspoor, fase 1). De bereikbaarheid over water, met name het Amsterdam - Rijnkanaal, is voor een aantal bedrijventerreinen van groot belang. Relevant in dat verband is de planstudie naar de uitbreiding van de capaciteit van de Beatrixsluis die de verbindende schakel vormt tussen het Amsterdam - Rijnkanaal en de Lek.

Legenda

Meer informatie

3.2.3 Zuidelijke Randstad

Meer informatie

MIRT 2009 overzicht kaart

MIRT Logo