Home > gebieden > randstad_en_west_overig > 3.2 Landsdeel West
3.2 Landsdeel West
3.2.1 Karakteristieken
Het landsdeel West bestaat uit de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland. Het gebied heeft een belangrijke economische betekenis. Er wonen ongeveer 7,5 miljoen mensen, waarvan het grootste deel (6 miljoen) in de Randstad. De Randstad kent geen harde grenzen maar omvat globaal het gebied van Purmerend tot Dordrecht en van Den Haag tot omgeving Amersfoort. In de Randstad wordt de helft van het nationale inkomen verdiend op een kwart van het grondgebied van Nederland. Belangrijke speerpunten zijn financiële dienstverlening, toerisme en logistiek. Ook de aanwezigheid van een internationaal juridisch cluster (Den Haag) en enkele Greenports zijn van betekenis. De Randstad is het grootste stedelijke netwerk van ons land. Dit netwerk valt samen met belangrijke onderdelen van de nationale Ruimtelijke hoofdstructuur, waarbij de mainports Schiphol en Rotterdam de motoren voor de Nederlandse economie vormen. De Randstad ligt vrijwel geheel onder zeeniveau. Alleen de duinen, de strandwallen, stuwwallen en stroomruggen liggen boven zeeniveau. De ligging in de delta geeft unieke overgangen tussen water en land. De kust, het IJsselmeergebied, de Utrechtse Heuvelrug en de veenweidelandschappen in het Groene Hart zijn aantrekkelijk om in de buurt te wonen en te recreëren.
Er zijn verschillende problemen in landsdeel West, die zich met name in de Randstad voordoen. De internationale concurrentiepositie staat onder druk onder andere door een verslechterende bereikbaarheid. Daarnaast stijgt de zeespiegel als gevolg van klimaatverandering. Ook de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) heeft in haar ‘Territorial Review’ voor de Randstad Holland in 2007 geconcludeerd dat het verkeer- en vervoersysteem, zowel de weg als het openbaar vervoer (OV), tekortkomingen kent. Hierdoor wordt onvoldoende geprofiteerd van de kwaliteiten die de Randstad in potentie heeft. Uit de Landelijke Markt- en Capaciteitsanalyses (LMCA, 2007) en de Netwerkanalyses (2006) komen capaciteitsproblemen naar boven en geven de studies inzicht in de kansen voor groeiend OV.
Het is belangrijk voor Nederland dat de Randstad een duurzame en internationaal sterke regio wordt, waar het aantrekkelijk is om te wonen, te werken en te leven. Voor het oplossen van de meest urgente problemen is het Programma Randstad Urgent (RU) gestart (zie hoofdstuk 2) en is het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) aangekondigd (follow-up LMCA Spoor).
De grootste ruimtedruk ligt in de Randstad en hier liggen dan ook de grootste investeringsopgaven. Dat betekent echter niet dat in gebieden van landsdeel West buiten de Randstad, zoals Noord-Holland Noord, noordelijk en oostelijk Flevoland, de Utrechtse Heuvelrug en de Zuid-Hollandse eilanden niets gebeurt. De opgaven daar liggen in het leveren van een bijdrage aan de totale ruimtelijke en economische kwaliteit en de groen/blauwe opgave van landsdeel West (bijvoorbeeld het uitplaatsen van functies uit de Randstad), maar ook in het benutten van eigen regiospecifieke kansen. Functioneel is de Randstad te onderscheiden in de stedelijke regio rond Amsterdam/Utrecht (Noordelijke Randstad) en rond Den Haag/Rotterdam (Zuidelijke Randstad).
3.2.2 Noordelijke Randstad
De Noordelijke Randstad omvat de grote steden Amsterdam en Utrecht, enkele middelgrote steden, de grootste groeigemeente van Nederland (Almere), de nationale luchthaven, belangrijke kennisinstituten en centra voor zakelijke dienstverlening.
De Noordelijke Randstad rond Amsterdam is momenteel een polycentrische stedelijke regio, of netwerkstad. Een sterke concurrentiepositie schept goede mogelijkheden voor welvaart, kwaliteit van leven en een duurzame en leefbare stedelijke regio. De markt waarin de internationale concurrentie plaatsvindt richt zich, naast de industrie en dienstverlening, vooral op de kenniseconomie in de brede zin van het woord. Ruimtelijke condities als werkmilieus, recreatieve voorzieningen, woonmilieus, kwaliteit van het landschap en het mobiliteitsnetwerk worden daarbij als onderscheidende vestigingscondities steeds belangrijker. Het samensmeden van het stelsel van onderscheiden steden, centra, wonen werkmilieus en landschappen tot een volwaardige Europese metropool vormt daarom de rode draad voor de verdere ontwikkeling van dit gebied. Voor dit deel van de Randstad hebben de decentrale overheden een Ontwikkelingsbeeld Noordvleugel 2040 opgesteld en duiden dit gebied nu aan met Metropoolregio Amsterdam. De kern van de ontwikkelingen ligt in de corridor Haarlemmermeer - Amsterdam - Flevoland.
De Noordelijke Randstad rond Utrecht heeft een hoog bruto regionaal product en is één van de snelste groeiers van Nederland. Ook hier floreren de kennisintensieve en creatieve sectoren. Er is een hoogopgeleide bevolking, de grootste universiteit van Nederland en er zijn veel onderzoeksinstellingen. Ook de hoogwaardige woonmilieus en de fraaie landschappen dragen bij aan de internationale concurrentiepositie. De centrale ligging maakt de regio tot Draaischijf van Nederland en daarmee bepalend voor de bereikbaarheid van de hele Randstad. Er is in de regio Utrecht tot zeker na 2030 een relatief grote druk op de woningmarkt, omdat de afname van de groei van het aantal huishoudens in de regio veel later wordt voorzien dan in de rest van Nederland. De centrale uitdaging is hoe met deze verstedelijkingsdruk om te gaan in relatie tot de kwaliteit van het landschap.
Economie
De economische structuur beschikt over verschillende troeven. Kernopgave is het vasthouden en zo mogelijk versterken van de internationale concurrentiepositie van de noordelijke Randstad als centrum voor zakelijke dienstverlening en hoogwaardige logistieke activiteiten. De aantrekkelijkheid voor internationaal opererende bedrijven hangt onder andere af van de mate waarin ze toegang kunnen krijgen tot internationale (transport)netwerken en van de mate waarin deze bedrijven gebruik kunnen maken van agglomeratievoordelen. Metropoolregio Amsterdam ontwikkelt zich verder als centrum voor kennis en innovatie en de Zuidas moet uitgroeien tot een toplocatie voor internationaal opererende bedrijven. Door het ondergronds brengen van de infrastructuur kan hier een kwalitatief hoogwaardige omgeving ontstaan voor wonen en werken. De Zuidas wordt als Publiek Private Samenwerking (PPS) ontwikkeld. Schiphol biedt een hoge kwaliteit aan internationale verbindingen, maar loopt op de lange termijn tegen de capaciteitsgrenzen aan. Onderzocht wordt welke ontwikkelingsmogelijkheden er voor de lange termijn. Een eventuele overloop van vliegverkeer van Schiphol naar luchthaven Lelystad speelt een rol bij de afweging. De agrobedrijven in de Greenports Aalsmeer (en omgeving) en de Duin- en Bollenstreek behouden en versterken hun positie op de wereldmarkt. Waar glastuinbouwbedrijven onvoldoende ruimte hebben om zich verder te ontwikkelen biedt het Landbouwontwikkelingsgebied voor de glastuinbouw (LOG) Grootslag vestigingsmogelijkheden voor bedrijven. Ook het aanpakken van ruimtelijke knelpunten via herstructurering van verouderde en ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen is van belang. Voorbeelden zijn Amsterdam Connecting Trade (voorheen Werkstad A4), Noordzeekanaalgebied en de zone langs de A6/A27 (Almere). Ook het Utrecht-gebied doet het economisch zeer goed. Wat betreft de economische ontwikkeling wordt ervoor gekozen om de schaarse ruimte vooral in te zetten voor het faciliteren en het versterken van de vier clusters die kenmerkend zijn voor de regio, namelijk de Zakelijke diensten, de Creatieve industrie en nieuwe media, Onderwijs en ontmoeting, Life Sciences en medisch cluster. Utrecht kent acht economische kerngebieden: Utrecht centrum; Leidsche Rijn centrum; Amersfoort Centrum; Utrecht de Uithof/ Rijnsweerd; Hilversum Mediapark en centrum; Multimodaal bedrijvenpark en -knooppunt Lage Weide; Amersfoort Noord (A1-zone); Utrecht rondom Oudenrijn (inclusief Papendorp). Utrecht wil deze gebieden stimuleren omdat zij door concentratie beter in staat is aan bedrijven en instellingen het gezochte, internationale vestigingsklimaat te bieden. Daarbij zet Utrecht in op een hoogwaardige openbare ruimte, een hoogwaardige woonomgeving en de nabijheid van stedelijke centra. De kerngebieden moeten daarnaast over een snelle (OV)verbinding beschikken met Amsterdam, Schiphol en andere delen van de Randstad. Ten slotte is het wenselijk dat de kerngebieden ook op regionale schaal goed ontsloten zijn, onder meer omdat de werknemers hun werkplek goed en snel moeten kunnen bereiken.
Verstedelijking
Een goed woon- en leefklimaat is een belangrijke voorwaarde voor een internationaal concurrerend vestigingsmilieu. Door tekorten op de woningmarkt staat de positie van de Noordelijke Randstad onder druk. In de woningbouwopgave speelt de vraag naar hoogstedelijke en groene woonmilieus een hoofdrol. Voor de periode 2010-2030 wordt uitgegaan van een behoefte van in totaal 150.000 woningen in de regio Amsterdam (inclusief Haarlem, Almere, Zaandam) en 65.500 woningen in de regio Utrecht (inclusief Hilversum). Verdichtingsmogelijkheden in het bestaand bebouwd gebied moeten zo optimaal mogelijk worden benut door herstructurering, revitalisering en transformatie van verouderde stedelijke gebieden. Met name in Amsterdam ligt er een grote binnenstedelijke opgave, maar er zijn ook uitleglocaties nodig. De grootste inspanning ligt in Almere. De ambitie is om Almere een schaalsprong te laten maken naar een complete en evenwichtige stad van ca. 350.000 inwoners. Concreet betekent dit de realisatie van 60.000 woningen tussen 2010 en 2030, waarvan circa 15.000 voor de Utrechtse bouwopgave. Dit kan alleen slagen in combinatie met versterking van de economische structuur, de groen/blauwe kwaliteiten en verbetering van de meerzijdige bereikbaarheid, zowel naar de Amsterdamse als naar de Utrechtse regio. Een andere grote locatie voor nieuwe woningbouw is de Haarlemmermeer met 10.000 - 15.000 woningen in combinatie met piek- en seizoenswaterberging, recreatieve groenontwikkeling en versterking van het Groene Hart. De vraag hoe om te gaan met de verstedelijkingsdruk in relatie tot de kwaliteit van het landschap was in de Utrechtse regio aanleiding om een visie op duurzaam bouwen in de Noordvleugel - Utrecht 2015 tot 2030 te ontwikkelen. Uit de tussenbalans blijkt, dat van de 65.500 nieuwe woningen die nodig zijn, een flink deel gebouwd kan worden in bestaand stedelijk gebied. Met name het stadsgewest Utrecht zet fors in op binnenstedelijk bouwen; daarnaast wil ook Gooi en Vecht en Eemland inzetten op bouwen in bestaand stedelijk gebied. De belangrijkste plannen voor ‘nieuwe’ gebieden liggen in de Kromme Rijn Lekzone en in Eemland (inclusief Vathorst West). De (bestaande) mogelijkheden om nieuwe woningbouwlocaties te ontsluiten (onder andere via HOV en Randstadspoor) en het behouden van de kwaliteit van de open ruimte, zijn hierbij belangrijke criteria geweest. Het rijk en de regio zullen de randvoorwaarden die nodig zijn om bouw in bovengenoemde locaties te realiseren, verder verkennen. Hierbij is het verhogen van de binnenstedelijke ruimtelijke kwaliteit, onder andere door het verbeteren van de bereikbaarheid, een belangrijk aspect. Ook zal in verband met het feit dat Almere 15.000 woningen gaat bouwen om de Utrechtse druk op de woningmarkt te verlichten, de ontsluiting van dit gebied integraal worden bekeken.
Groen/blauw
De noordelijke Randstad herbergt een diversiteit aan landschappen. In het lage en natte westelijke deel treft men een open structuur aan met de kustzone, polderlandschappen, water, rivieren en veenweidegebieden. De Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam dragen hier vanuit een cultuurhistorisch perspectief aan bij. Centraal in de Randstad ligt het Groene Hart, waar de rivierlandschappen met hoger gelegen stroomruggen en buitenplaatsen langs de Lek, de Oude Rijn en de Vecht het open veenweidelandschap doorsnijden. Herstructurering van de westelijke veenweidegebieden in het Groene Hart en laag Holland is gericht op het tegengaan van de bodemdaling en het realiseren van een robuust en stabiel watersysteem in combinatie met duurzaam landgebruik. Ook voor de droogmakerij Groot Mijdrecht Noord wordt onderzocht hoe de bodemdaling en waterproblematiek kan worden aangepakt. In het Utrechtse Noorderpark komen de verschillende elementen samen: veenweide en plassen in combinatie met kleinschalige parklandschappen en droge natuur. Het lage en natte westelijke deel van de regio contrasteert met de rijk beboste stuwwallen van de Utrechtse Heuvelrug en het Gooi. Grote delen van de Heuvelrug zijn aangewezen als natuurgebied en onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en van groot belang voor de recreatie. Aan de oostzijde van de noordelijke Randstad gaat de Heuvelrug geleidelijk over in de Gelderse Vallei met beekdalen, dekzandruggen en -vlakten. De Grebbelinie doorsnijdt dit landschap en vormt de verbinding met het open polderlandschap van de Eemvallei. Door economische ontwikkeling en oprukkende verstedelijking staat de openheid in het westelijke deel in toenemende mate onder druk. In combinatie met verzilting, een onvoldoende robuuste waterberging en ecologische achteruitgang ligt hier een belangrijke opgave voor groen/blauwe kwaliteit binnen het ILG.
Op de corridor Schiphol - Almere liggen de belangrijkste groen/blauwe opgaven, zoals het IJmeer/Markermeer, de Groene Ruggengraat (ILG) en het Oostvaarderswold. Voor het IJmeer/Markermeer is de ambitie om een groen/blauwe schaalsprong te realiseren die leidt tot een robuust ecologisch en klimaatbestendig systeem. Een ander voorbeeld van een integrale opgave is de gebiedsontwikkeling in de Haarlemmermeer, waarbij door aanleg van een robuuste seizoensberging in combinatie met innovatieve woningbouw de waterhuishouding op een duurzame wijze kan worden beheerd. Met het aanleggen van Oostvaarderswold, onderdeel Meerjarenplan Ontsnippering (MJPO), komt er na 2015 een ecologische verbindingszone tot stand tussen de Oostvaardersplassen en de Veluwe en Duitsland. Op het vlak van de natuur loopt door de hele Randstad de Groene Ruggengraat, als ecologische verbinding. Deze verbinding biedt tevens mogelijkheden voor verbetering van het landschap en recreatie. In Noord-Holland Noord ontwikkelt de provincie het Wieringerrandmeer als groen/blauwe opgave en recreatiegebied. De groen/blauwe structuur van de Noordvleugel - Utrecht wordt gekenmerkt door een rijke variatie aan nationale landschappen, die waardevolle (overgangs)gebieden vormen, maar ook, door hun status, beperkingen stellen aan bebouwingsdichtheid en inrichting van de regio.
Bereikbaarheid
Een goed functionerend vervoerssysteem voor personen en goederen is een essentiële voorwaarde voor het economisch functioneren en de ontplooiing van mensen. Dit geldt zowel voor de interne als de externe bereikbaarheid, zowel per auto als per OV. Het verkeer- en vervoersysteem heeft de mobiliteitsontwikkeling de laatste jaren niet kunnen bijhouden. Een combinatie van beter benutten, investeren en beprijzen moet de betrouwbaarheid, snelheid en veiligheid van de verplaatsingen vergroten. Onderdeel van deze aanpak is het verbeteren van de onderlinge samenhang tussen de netwerken en door een betere ketenintegratie, voor zowel personen als goederen.
Door een concentratie van verstedelijking en economische ontwikkeling op de corridor Haarlemmermeer - Amsterdam - Flevoland ligt hier ook de belangrijkste opgave. Voor de corridor Schiphol - Amsterdam - Almere is besloten de bestaande wegcapaciteit uit te breiden en gelijktijdig kansen te benutten voor de verbetering van de leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit. Hier liggen ook de grootste kansen voor het OV. In het kader van de planstudie OV Schiphol - Amsterdam - Almere - Lelystad wordt op korte termijn geïnvesteerd in het spoor en wordt onderzocht wat op lange termijn nodig is om het OV op deze corridor structureel verder te verbeteren. Hier ligt een relatie met de Schaalsprong Almere en de ontwikkeling van Schiphol en luchthaven Lelystad. Daarnaast liggen er belangrijke bereikbaarheidsvraagstukken naar onder andere de overige economische kerngebieden in Nederland. Uitbreiding van de A2 Amsterdam - Utrecht is in uitvoering/studie en naar de A4 Schiphol, de interne verkeersader van de Randstad wordt nader verkennend onderzoek verricht.
Op het gebied van vaarwegen gaat het om het benutten van de aanwezige capaciteit. In een verkenning wordt de capaciteit van de zeetoegang IJmond in samenhang met de economische potentie van het Noordzeekanaalgebied onderzocht. De provincie onderzoekt de mogelijkheden om de bevaarbaarheid van De Zaan te verbeteren. In combinatie met de ontwikkeling van het Noordzeekanaalgebied kan dit tot een versterking van de economische bedrijvigheid leiden. Een en ander wordt mogelijk als PPS uitgewerkt. Naast de rijksprojecten worden door de decentrale overheden ook een aantal grote regionale projecten gerealiseerd die bijdragen aan de bereikbaarheid. Voorbeelden zijn de N201, Noord - Zuidlijn Amsterdam, N23 Alkmaar - Zwolle en stedelijke bereikbaarheid Almere. De belangrijkste opgave voor Utrecht is om als de Draaischijf van Nederland en daarmee het schakelpunt van de Randstad, met het achterland te blijven functioneren. De voorziene investeringen tot 2020 door rijk en regio kunnen echter niet voorkomen, dat grote delen van het Utrechtse wegennet in 2020 niet zullen voldoen aan de bereikbaarheidsnormen uit de Nota Mobiliteit. De meest urgente knelpunten op het hoofdwegennet bevinden zich op de Ring Utrecht. Daarnaast worden knelpunten verwacht op de A1, A27 en A28. Uit analyses blijkt dat de oplossing alleen gevonden kan worden in de combinatie van maatregelen op het gebied van weginfrastructuur (hoofdwegen én onderliggend wegennet), vervoersmanagement, OV, goederenvervoer, ruimtelijke ordening en prijsbeleid. In de zogenaamde pakketstudies Ring en Driehoek worden dit soort integrale en gebiedsgerichte maatregelpakketten opgesteld. Tevens is een integraal beoordelingskader ontwikkeld dat handvatten geeft bij het bepalen van de knelpunten, het toetsen van oplossingsrichtingen en het vormen van een gezamenlijk oordeel over nut en noodzaak van specifieke projecten. Uit de aanvullende verkenningen blijkt dat, ongeacht de nog te formuleren integrale gebiedsgerichte maatregelenpakketten, er enkele maatregelen zijn te onderscheiden die in ieder geval nodig zijn. Deze zijn vanaf 2008 als ‘no-regrets’ in uitvoering genomen. Het betreft onder andere het oprichten van mobiliteitsplatforms, het stimuleren van OVFiets beleid, een programma voor P&R voorzieningen en Regionaal Verkeersmanagement op netwerkniveau. Tevens is besloten een aanvang te nemen met de planstudie A27/A1 Utrecht - Hilversum - Amersfoort als onderdeel van de pakketstudie.
Zoals afgesproken in het bestuurlijk overleg MIRT voorjaar 2008 wordt door rijk in samenwerking met de regio een pré-verkening uitgevoerd naar de mogelijke bereikbaarheidsproblematiek in het gebied Almere - ’t Gooi - Utrecht en naar mogelijke oplossingsrichtingen. Daarbij zal de bereikbaarheidsproblematiek breed worden bezien (HWN, OWN, spoor en regionaal OV) in relatie tot relevante ruimtelijke ontwikkelingen en met nadruk op de Schaalsprong Almere 2030. Het doel is om meer inzicht te krijgen in de problematiek. In het kader van PHS wordt de corridor Utrecht - Den Bosch bezien. Daarnaast vinden er ontwikkelingen plaats met betrekking tot het NSP-project Utrecht en de spoorverbinding Vleuten - Geldermalsen (inclusief Randstadspoor, fase 1). De bereikbaarheid over water, met name het Amsterdam - Rijnkanaal, is voor een aantal bedrijventerreinen van groot belang. Relevant in dat verband is de planstudie naar de uitbreiding van de capaciteit van de Beatrixsluis die de verbindende schakel vormt tussen het Amsterdam - Rijnkanaal en de Lek.
Meer informatie
3.2.3 Zuidelijke Randstad
De zuidelijke Randstad beslaat globaal het gebied Leiden - Dordrecht - Gouda. Het bevat de grootste haven van Europa, twee van de vier grote Nederlandse steden (Rotterdam en Den Haag), de vierde VN-stad ter wereld (Den Haag), een aantal middelgrote gemeenten (zoals Leiden, Zoetermeer, Delft, Westland, Gouda en Dordrecht), belangrijke kennisinstituten, internationale organisaties voor vrede en recht, een bestuurlijk-juridisch centrum en een toonaangevend glastuinbouwcomplex. Zo is een samenhangend stedelijk systeem ontstaan met 3,5 miljoen inwoners en 1,5 miljoen arbeidsplaatsen. De ligging aan de kust en rivieren en het bezit van oude cultuurhistorische steden bieden onderscheidende toeristische kwaliteiten. De zuidelijke Randstad zet in op de verdere ontwikkeling van de nu al toonaangevende economische clusters gekoppeld aan versterking van samenhang, uniciteit en diversiteit van het stedelijk netwerk.
Het landschap is in sterke mate bepaald door de strijd tegen het water. De bebouwing is in eerste instantie ontstaan op hoger gelegen delen, zoals oeverwallen, maar later uitgebouwd in de polders. Het gebied bestaat (net als de gehele Randstad) uit meerdere kernen, met onderlinge relaties die nog verder versterkt kunnen worden. Het gebied heeft een strategische ligging door de relaties met het maritieme cluster rond Rotterdam, de internationale stad Den Haag en het internationale knooppunt Amsterdam/Schiphol enerzijds en met Antwerpen, Brussel, Parijs en het Ruhrgebied anderzijds. Het samenwerkingsverband Zuidvleugel heeft een hoge ambitie neergezet met haar verstedelijkingsstrategie. Aan de woningvoorraad moet in de periode 2010 - 2030 een aantal van 165.000 woningen worden toegevoegd, waarvan 115.000 in de periode 2010-2020. Onderzocht wordt hoe deze opgave voor 80% binnen bestaand bebouwd gebied kan worden gerealiseerd. Dit komt neer op een toename van de voorraad van 90.000 woningen of een productie van 140.000 (inclusief vervangende nieuwbouw). Tevens zullen vraag en aanbod van woonmilieus met elkaar in evenwicht worden gebracht door meer in hogere dichtheden te bouwen in een centrumstedelijke omgeving en meer groene woonmilieus te realiseren. Voor de periode 2010-2020 zijn de belangrijke woningbouwlocaties: Valkenburg, Stadshavens Rotterdam, de Binckhorst Den Haag en de Zuidplaspolder. Door binnenstedelijk bouwen blijven de kwaliteiten van het Groene Hart overeind.
In de Zuidelijke Randstad liggen de Nationale Landschappen het Groene Hart, het Rivierengebied en de Hoeksche Waard. Toch staan de leefbaarheid en het vestigingsklimaat onder druk door een tekort aan groen en landschappelijke kwaliteit. Er zijn verschillende projecten gericht op het verbeteren van het landschap en de mogelijkheden voor recreatie, onder andere in het Groene Hart en bijvoorbeeld binnen het ILG met het project Mooi en Vitaal Delfland. De kust vormt een belangrijk element van de Randstad. In dat kader worden Zwakke Schakels aangepakt in Scheveningen, Delfland en Noordwijk. Hierbij is sprake van een samenhangende aanpak van veiligheidsmaatregelen en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit.
De bereikbaarheid staat onder druk door de toenemende congestie op weg en spoor. Dit heeft ook effect op de leefkwaliteit. De onderlinge relaties tussen de verschillende delen van de Zuidelijke Randstad worden sterker en vragen om een robuuste structuur. Het rijk investeert in die structuur vooral met de RUprojecten A4 Delft - Schiedam, flessenhalzen A4 (Burgerveen - Leiden) en A12 (Vernieuwd op Weg) en het project capaciteitsuitbreiding spoor Den Haag - Rotterdam. De verbetering/capaciteitsuitbreiding van de railinfrastructuur wordt mede in relatie tot Stedenbaan bestudeerd. Ook bij de aanleg van de spoortunnel Delft wordt rekening gehouden met extra ruimte voor eventuele capaciteitsuitbreiding op het spoor. De bereikbaarheid wordt ook verbeterd via de volgende projecten: ingebruikname HSL-Zuid, verdere verbeteringen in de dienstregeling op het hoofdrailnet, investeringen van rijk, regio en NS in de NSP-projecten Den Haag en Rotterdam en de verdere uitbouw van Randstadrail (i.c. de opening van de tunnel naar Rotterdam CS in 2009). Verder investeren partijen in ketenvoorzieningen (fiets en auto) bij stations en HOV-haltes, onder andere via quick wins. Via de BDU en/of aparte projectsubsidies wordt een bijdrage geleverd aan verschillende regionale OV-projecten zoals de Rijn - Gouwelijn Oost, metro- en tramlijnen in Rotterdam, en tramlijnen in Den Haag.
Greenports
De greenports Zuid-Hollands glasdistrict (Westland en Oostland) en Boskoop (pot- en containerteelt) zijn essentiële schakels in de Nederlandse tuinbouwketen met een groot aandeel in de wereldhandel van tuinbouw en sierteeltproducten. Belangrijke aandachtspunten zijn de ligging ten opzichte van de mainports, de fysieke bereikbaarheid en de herstructureringsopgave. De relatie met de mainports is cruciaal, omdat veel producten met schepen en vliegtuigen naar wereldwijde bestemmingen gaan. Ook is er een omvangrijke stroom importproducten, die via de main- en greenports in Nederland gedistribueerd worden. Moderne en maatschappelijk verantwoorde tuinbouwproductie vergt grote aanpassingen in de verouderde productie- en handelsgebieden. Het gaat om schaalvergroting van bedrijven en geclusterde ruimte voor de gelieerde bedrijvigheid. De ontsluiting voor vrachtverkeer moet verbeteren, de energieinfrastructuur en waterinfrastructuur moeten kwalitatief en kwantitatief duurzaam worden en de omgevingskwaliteit dient te verbeteren. Deze opgave is onderdeel van het project Transitie Greenports. Het kabinet heeft hiervoor een definitieve bijdrage uit het Nota Ruimtebudget vastgesteld.
Regio Rotterdam
Door de voorgenomen aanleg van de Tweede Maasvlakte in het kader van het Project Mainportontwikkeling Rotterdam groeit de haven en kunnen nieuwe bedrijven zich vestigen. De haven van Rotterdam wordt beter ontsloten door de uitvoering van het project A15 Maasvlakte - Vaanplein. Oude delen van de haven komen langzamerhand vrij voor nieuwe bestemmingen, zoals nieuwe woon- en werklocaties. Herstructurering en transformatie van het stadshavengebied vindt door de regio plaats in het project Stadshavens Rotterdam. Het gaat om een grote, binnenstedelijke herstructurering van verouderde havengebieden tot een hoogwaardig stedelijk woon/werkgebied. Het project versterkt de positie van de mainport Rotterdam en daarmee de internationale concurrentiepositie. Het rijk verkent of een bijdrage uit het Nota Ruimtebudget mogelijk is. De bereikbaarheid wordt verbeterd door met name de (geplande) uitvoering van de projecten A13/16/A20 Rotterdam en de A15 Maasvlakte - Vaanplein. Voor de oplossing op lange termijn wordt in 2008 gestart met een verkenning naar de bereikbaarheidsproblematiek in de regio Rotterdam. De verkenning maakt gebruik van bestaand studiemateriaal, waaronder de studie naar de tweede ontsluiting haven Rotterdam en de studie A4 Zuid (Hoogvliet - Klaaswaal).
In het gebied tussen Antwerpen en Rotterdam speelt een groot aantal ontwikkelingen die kansen en bedreigingen met zich meebrengen. Voor de lange termijn stelt het rijk een integrale visie op. In deze verkenning wordt een link gelegd met de verkenning naar de bereikbaarheidproblematiek in de regio Rotterdam.
Regio Haaglanden
Den Haag is de stad die zich onderscheidt door het bestuurscentrum en de vestiging van internationale organisaties. Dit kan verder worden versterkt door het creëren van een aansprekend vestigingsmilieu voor internationale organisaties van recht, vrede en bestuur. Dat betekent investeren in bereikbaarheid, veiligheid en aantrekkelijkheid van de stad. Het rijk levert een bijdrage uit het Nota Ruimtebudget aan de ruimtelijke investeringen voor Scheveningen Boulevard. Voor het Worldforumgebied is een voorlopig maximale reservering gemaakt in het Nota Ruimtebudget. Beide projecten zijn onderdeel van het Den Haag Internationale Stad. Scheveningen is één van de Zwakke Schakels die een bijdrage uit het Nota Ruimtebudget ontvangt, mede ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De Binckhorst ontwikkelt zich tot een hoogwaardig woon- en werkgebied. Daarom wordt de bereikbaarheid in de regio aangepakt door aanleg van het Trekvliettracé (Den Haag Internationale Stad), met medefinanciering van het rijk. Dit jaar wordt de Hubertustunnel (Den Haag) als laatste onderdeel van de Noordelijke Randweg tussen de A4 en Scheveningen opgeleverd, die ook een verbetering betekent voor de bereikbaarheid van dit stedelijk gebied. Voor de oplossing op lange(re) termijn wordt in 2008 gestart met een verkenning naar de bereikbaarheidsproblematiek in de regio Haaglanden. De resultaten van de regionale studie Internationale Ring worden betrokken bij deze verkenning.
Regio Leiden / Holland Rijnland
In de Leidse regio wordt ingezet op het versterken van een internationaal vestigingsmilieu voor kennisintensieve bedrijvigheid en hoogwaardig wonen. Rijk, provincie en regio gaan in 2008 een integrale benadering opstellen voor Holland Rijnland waarbij de regionale projecten Rijnlandroute, RijnGouwelijn, Valkenburg, Greenport Duin- en Bollenstreek en Leiden Biosciencepark in samenhang met elkaar en met de omgeving in beeld worden gebracht. Deze projecten vallen gezamenlijk onder de verkenning As Leiden - Katwijk (Integrale Benadering Holland Rijnland). In
de Oude Rijnzone, onderdeel van het Groene Hart, loopt een verkenning naar de transformatie naar kleinschalige woningbouw, verbetering van het recreatieve netwerk, herstructurering van bedrijventerrein en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.
Regio Rotterdam - Dordrecht (Drechtsteden)
De zone van Rotterdam tot Dordrecht (de Deltapoort) heeft met de belangrijke vaarwegen Noord, Lek, Beneden Merwede, Oude Maas, de spoorlijn Rotterdam - Breda (relatie Kijfhoek), de kruisende hoofdwegen A16 en A15 en een zeehaven een sterke oriëntatie op de logistieke activiteiten in de Rotterdamse regio en de Rijn - Schelde - Delta. In de Deltapoort is het streven om via herstructurering te komen tot een verbetering in de ruimtelijke structuur, een ruimer woonaanbod en meer groenvoorzieningen. De logistieke oriëntatie vergt investeren in bereikbaarheid. Zo is er een programma aansluitingen HWN - OWN voor de hele regio. Hierin is voor vijf aansluitingen geld gereserveerd door rijk en regio, waaronder de Dordtse aansluiting A16/N3. Dordrecht
is een knooppunt van wegen, vaarwegen en spoorlijnen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen via deze verbindingen heeft effect op de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden in de regio. Het rijk heeft een bijdrage geleverd aan de verbetering van de veiligheidssituatie en de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden onder andere via het BIRK (Spoorzone Dordrecht). Als vervolg op de besluitvorming over het bedrijventerrein in de Hoeksche Waard heeft het rijk gekozen voor een snelle ontwikkeling van plannen in Nieuw Reijerwaard en Dordrecht (project bedrijventerrein Ridderster en Westelijke Dordtse Oever. Een rijksbijdrage wordt verder uitgewerkt. Voor het bundelen en (multimodaal) uitwisselen van (binnenvaart)containerstromen wordt binnen RU de haalbaarheid van een Containertransferium Rotterdam in de Drechtstreek onderzocht.
Regio Gouda
De regio Gouda kenmerkt zich als een cultuurhistorische stad op een knooppunt van vaarwegen, spoorlijnen en snelwegen in een landschappelijk waardevolle omgeving met kleinere kernen. Ten westen van Gouda ligt de oude droogmakerij, de Zuidplaspolder. Gouda zet in op versterking van de knooppuntfunctie en de toeristische attractiviteit. Aan de (noord)oostflank geldt versterking van de landschappelijke kwaliteiten van het Groene Hart als uitgangspunt. Aan de westkant vraagt de ontwikkeling van de Zuidplaspolder om een integrale aanpak. Het landschap verrommelt, de regio Rotterdam - Midden Holland heeft dringend behoefte aan attractieve woonmilieus, er is vraag naar locaties voor bedrijven en glastuinbouw, de waterproblematiek vraagt bijzondere aandacht en de bereikbaarheid staat onder druk. De Zuidplaspolder is een kandidaat RU-project (tevens realisatie van omvangrijk bedrijfsterrein- en tuinbouwareaal (LOG)). Een rijksbijdrage via het Nota Ruimtebudget wordt verkend. Het rijk draagt bij aan korte termijnmaatregelen rond de verbetering van het knooppunt A12/A20. In de regionale studie naar de A12/A20 parallelstructuur Gouweknoop is gekeken naar de mogelijkheid om het doorgaand en regionaal verkeer beter te scheiden, waardoor Gouwe-aquaduct ontlast wordt en de kans op ongevallen afneemt door minder weefbewegingen. De parallelstructuur is mede van belang voor de ruimtelijke ontwikkeling in de Zuidplaspolder en de westflank van Gouda. De verkenning van de provincie Zuid-Holland naar capaciteit van de Julianasluis in de Gouwe wordt uitgevoerd met het oog op de geplande containerterminal bij Alphen a/d Rijn. Het rijk levert een bijdrage aan de Rijn Gouwelijn Oost, die van belang is voor de herontwikkeling van de stationszone Gouda.
