Home > financiele_uitwerking > doeluitkeringen > 4.4 Doeluitkeringen
4.4 Doeluitkeringen
Zoals in hoofdstuk 1 is aangegeven, gaat dit MIRT niet in op projecten die door decentrale overheden uit het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV), de Brede Doeluitkering Verkeer en Vervoer (BDU) en het ILG worden gefinancierd. Alleen voor het ILG wordt op programmaniveau een nadere toelichting gegeven. De doeluitkeringen worden door het rijk beschikbaar gesteld, maar de decentrale overheden zijn verantwoordelijk voor de uitvoering en programmering van hun projecten. Deze projecten zijn niet minder belangrijk, ze hebben immers ook effect op het ruimtelijk fysieke domein. In tabel 4.2 is een overzicht opgenomen van de drie doeluitkeringen. De cijfers zijn gebaseerd op de begroting 2009. Tussen de tabellen 4.1 en 4.2 zit overlap voor wat betreft het ILG.
Meer informatie
4.4.1 Investeringsbudget stedelijke vernieuwing (ISV)
Het ISV is een rijkssubsidie om de leefbaarheid van steden te verhogen. Het ISV vloeit voort uit de Wet stedelijke vernieuwing (Wsv), die op 1 januari 2000 in werking is getreden. Voorheen verstrekten VROM, LNV en EZ afzonderlijk van elkaar diverse bijdragen. Sinds 2005 zijn deze geldstromen samengevoegd tot één brede doeluitkering. Het ISV is speciaal ingesteld om door middel van een integrale aanpak de achterstanden in sommige buurten en wijken mee te helpen oplossen, de leefbaarheid te verbeteren en de aantrekkelijkheid van steden te vergroten. Gemeenten kunnen met ISV-geld hun voorzieningen voor wonen, ruimte, milieu (waaronder bodemsanering) én hun economische positie verbeteren. Het budget wordt verstrekt aan provincies en 31 grote(re) steden (G-31). Het ISV kent perioden van 5 jaar. Voor ISV II (2005-2009) is jaarlijks gemiddeld € 330 miljoen beschikbaar en voor ISV III (2010 - 2015) € 215 miljoen.
4.4.2 Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU )
4.4.3 Investeringsbudget landelijk Gebied (ILG)
De rijksdoelen, die betrekking hebben op de vitaliteit van het platteland, zijn neergelegd in de Agenda Vitaal Platteland. De concrete uitwerking van deze doelen voor de thema’s natuur, landbouw, recreatie, landschap, water, bodem, reconstructie en sociaal economische vitaliteit zijn vastgelegd in het Meerjarenprogramma Vitaal Platteland 2007 – 2013 (MJP2). Hierin zijn per operationeel doel de concreet te verrichten prestaties en de daarvoor beschikbare middelen opgenomen. Over die prestaties en middelen zijn afspraken gemaakt met provincies. Zij zijn nu verantwoordelijk voor de realisatie van de rijksdoelen. Aan het eind van de periode wordt verantwoording afgelegd aan het rijk. De rijksbijdrage (ingebracht in het ILG) bedraagt € 3,2 miljard. Dit wordt verhoogd met bijdragen van EU, provincies en derden.
Klik op de afbeelding voor een vergroting
